Evacuatie oefening

Uw jaarlijkse evacuatieoefening al uitgevoerd? Test meer dan alleen de evacuatietijd.

Het alarm gaat af.
Medewerkers verlaten het gebouw. Enkele minuten later staat iedereen aan het verzamelpunt.
Vier minuten. Mooi resultaat.
Maar was de evacuatieoefening daarmee ook geslaagd? Niet noodzakelijk.

De evacuatietijd is een interessante indicator, maar vertelt slechts een deel van het verhaal. Misschien werd het alarm niet overal gehoord. Misschien wist een deel van de medewerkers niet wat van hen verwacht werd. Misschien werd een leverancier vergeten. Misschien verliep de communicatie tussen de evacuatieverantwoordelijken chaotisch. En misschien kon niemand aan het verzamelpunt met zekerheid bevestigen dat het gebouw daadwerkelijk leeg was.

Een evacuatieoefening is daarom veel meer dan een stopwatchtest.

Het is een audit van uw noodorganisatie in beweging.

En die oefening is niet vrijblijvend. De Belgische wetgeving verplicht de werkgever onder meer om procedures uit te werken voor de evacuatie van personen en om werknemers hierover te informeren en op te leiden. Minstens één keer per jaar moet een evacuatieoefening worden georganiseerd.

Eén keer per jaar is echter een wettelijk minimum, geen garantie dat uw organisatie de evacuatie ook daadwerkelijk beheerst.

Een goede evacuatieoefening legt knelpunten bloot

Een oefening waarbij alles perfect verloopt, lijkt goed nieuws. Maar als er geen enkel knelpunt naar boven komt, heeft de oefening mogelijk weinig geleerd.

Daarom kijken we steeds verder dan alleen de evacuatietijd.

Hoe reageren medewerkers op het alarm? Kent iedereen zijn rol? Verloopt de communicatie efficiënt? Worden bezoekers en andere derden meegenomen? Zijn alle zones gecontroleerd en weten we met zekerheid of iedereen buiten is?

Een “fout” ontdekken tijdens een oefening is dan ook geen mislukking.

Het is een risico dat u ontdekt vóór het zich tijdens een echte noodsituatie manifesteert.

Evacueren is waarschijnlijk niet uw corebusiness

En dat is een belangrijk uitgangspunt.

Van een hotel wordt verwacht dat het gasten ontvangt. Een rusthuis of woonzorgcentrum zorgt voor bewoners. Een productiebedrijf produceert. In een kantoorgebouw zijn mensen bezig met hun dagelijkse werkzaamheden. Een logistieke onderneming moet goederen efficiënt verwerken. En zelfs binnen een Seveso-onderneming, waar noodplanning veel verder ontwikkeld is, blijft het reageren op een daadwerkelijke noodsituatie gelukkig geen dagelijkse activiteit.

Echt evacueren onder noodomstandigheden? Dat hoeven ze gelukkig zelden te doen.

Dat betekent ook dat kennis van evacuatieprocedures minder vaak wordt gebruikt en daardoor sneller wegzakt.

Michaël Marbais exercice evacuation Hilton Brussels Gand Place

Procedures die op papier duidelijk lijken, blijken onder tijdsdruk soms helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Daar komt in veel organisaties nog personeelsverloop bij.

Nieuwe medewerkers komen binnen, ervaren medewerkers vertrekken en verantwoordelijkheden veranderen. Een evacuatieorganisatie die twee jaar geleden perfect was uitgewerkt, kan vandaag bestaan uit mensen die nauwelijks weten dat ze er een rol in hebben.

Daarom volstaat het niet om een evacuatieprocedure één keer op te stellen. Ze moet regelmatig worden getest, bijgestuurd én opnieuw in de organisatie worden verankerd.

Een evacuatie is ook een leiderschapstest

Tijdens een echte evacuatie ontstaat geen ideale vergadersituatie waarin iedereen rustig zijn procedure erbij neemt.

Er is lawaai. Mensen stellen vragen. Informatie is onvolledig. Iemand heeft iets gezien wat een ander niet heeft gezien. Er moeten beslissingen worden genomen terwijl de situatie evolueert.

Op dat moment wordt leiderschap belangrijk.

Wie neemt initiatief? Wie bewaart het overzicht? Wie communiceert duidelijk? Wie durft een beslissing te nemen? En wie controleert of opdrachten daadwerkelijk worden uitgevoerd?

Medewerkers met een actieve rol tijdens een evacuatie hebben daarom meer nodig dan alleen kennis van hun taak. Ze moeten ook in staat zijn om onder druk mensen aan te sturen, informatie te structureren en efficiënt met elkaar te communiceren.

Net dat laatste wordt soms onderschat.

Wanneer verschillende evacuatieverantwoordelijken, receptionisten, ploegverantwoordelijken of andere sleutelfiguren elk een deel van de informatie hebben, moet die informatie snel bij de juiste persoon terechtkomen.

Meer communicatie is daarbij niet noodzakelijk betere communicatie.

De vraag is: wie communiceert wat, met wie, via welk middel en op welk moment?

Daar bestaan praktische oplossingen en duidelijke communicatiestructuren voor.

Perosnen met een beperkte mobiliteit evacuatie oefening

En wat met bezoekers en personen met beperkte mobiliteit?

Een evacuatieprocedure wordt vaak vanuit het eigen personeelsbestand bekeken.

Maar op het moment dat het alarm afgaat, kunnen ook klanten, bezoekers, leveranciers, contractors, uitzendkrachten, cursisten, personen met beperkte mobiliteit of andere derden aanwezig zijn.

Zij kennen het gebouw niet noodzakelijk. Ze weten misschien niet waar de nooduitgangen zijn en kennen uw verzamelpunt en procedures niet.

De organisatie moet dus niet alleen weten hoe ze haar werknemers evacueert, maar ook hoe ze op ieder moment zicht houdt op aanwezige derden en wie voor hen verantwoordelijkheid opneemt tijdens een evacuatie.

Dat wordt nog relevanter in gebouwen waar voortdurend mensen binnen- en buitengaan.

Nachtsituatie evacuatie

Om 14 uur getest. Maar wat gebeurt er om 2 uur ’s nachts?

Een evacuatieorganisatie die overdag werkt, werkt niet automatisch ’s nachts.

Er zijn minder medewerkers aanwezig. Sommige sleutelfiguren zijn er niet. De receptie of permanentie krijgt plots een veel grotere verantwoordelijkheid. En afhankelijk van de activiteit kunnen er tegelijkertijd nog heel wat derden aanwezig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan hotels, residentiële voorzieningen, logistieke activiteiten of ondernemingen met nachtwerk.

De verhouding kan zelfs volledig omslaan: veel aanwezigen die het gebouw niet goed kennen, tegenover slechts enkele medewerkers die de evacuatie moeten organiseren.

Een volwassen evacuatieprocedure houdt daarom rekening met verschillende bezettingsscenario’s in plaats van uitsluitend met de meest comfortabele dagsituatie.

Herkenbare evacuatieproblemen? Gelukkig bestaan er oplossingen

Hoge personeelsrotatie, derden in het gebouw, onduidelijke verantwoordelijkheden, gebrekkige communicatie, nachtbezetting, beperkte ervaring, onvoldoende leiderschap of het spanningsveld tussen safety en security zijn geen uitzonderlijke problemen.

Het zijn klassieke uitdagingen waarmee vrijwel iedere organisatie in meer of mindere mate wordt geconfronteerd.

En er bestaan oplossingen voor.

Kingsm3n kan organisaties ondersteunen bij het opstellen, analyseren en optimaliseren van nood- en evacuatieprocedures, het bepalen van rollen en verantwoordelijkheden, het uitwerken van praktische communicatiestructuren en het voorbereiden en begeleiden van evacuatieoefeningen.

Tijdens een oefening kijken we daarom niet alleen naar hoe snel iedereen buiten staat, maar vooral naar waarom het systeem werkt — en waar het kan falen wanneer het er echt toe doet.

Eerst kennen. Dan herhalen. Dan testen.

Van aangekondigd oefenen naar realistische scenario’s

Niet iedere evacuatieoefening hoeft even complex te zijn. Integendeel: een organisatie die haar basisprocedure nog onvoldoende beheerst, heeft weinig aan een ingewikkeld scenario met rook, slachtoffers en geblokkeerde evacuatiewegen.

Daarom bouwen wij evacuatieoefeningen bij voorkeur stapsgewijs op.

Niveau 1 – De aangekondigde evacuatieoefening

In een eerste fase wordt de oefening aangekondigd. Het doel is hier niet om medewerkers te verrassen, maar om ervoor te zorgen dat iedereen zijn of haar rol correct leert uitvoeren.

Wie neemt de leiding? Wie controleert welke zone? Wie begeleidt bezoekers of andere derden? Wie communiceert met wie? Wie verzamelt de informatie op het verzamelpunt?

De focus ligt in deze fase op kennen, uitvoeren en inoefenen.

Niveau 2 – De onaangekondigde evacuatieoefening

Wanneer de basis voldoende beheerst wordt, kan een volgende oefening onaangekondigd plaatsvinden.

Er worden bewust nog geen bijkomende moeilijkheden ingebouwd. De uitdaging bestaat erin om na te gaan of de organisatie haar gekende procedure spontaan en correct toepast wanneer het alarm onverwacht afgaat.

Hier wordt het verschil zichtbaar tussen weten wat de procedure zegt en de procedure daadwerkelijk beheersen.

Niveau 3 – Een realistisch scenario met onverwachte uitdagingen

In een volgende fase kan de moeilijkheidsgraad worden verhoogd. De evacuatieoefening zelf kan aangekondigd of onaangekondigd zijn, maar tijdens de oefening worden realistische elementen toegevoegd die de deelnemers vooraf niet kennen.

Denk bijvoorbeeld aan een gesimuleerd slachtoffer, een persoon met beperkte mobiliteit, rooksimulatie, een niet-beschikbare evacuatieroute, een ontbrekende sleutelfiguur of een andere situatie die tijdens een echte noodsituatie zou kunnen voorkomen.

Het doel is niet om medewerkers “erin te luizen”. Het doel is om te observeren hoe de noodorganisatie reageert wanneer de werkelijkheid afwijkt van het ideale scenario.

Want precies dan worden communicatie, besluitvorming, leiderschap en de robuustheid van de procedure echt getest.

Hoe Kingsm3n uw evacuatieorganisatie in de praktijk test

Een goede evacuatieoefening begint voor ons niet wanneer het alarm afgaat en eindigt ook niet wanneer iedereen aan het verzamelpunt staat.

We werken in drie fasen.

  1. Voorbereiding en keuze van het scenario

Vooraf overlopen we samen met de contactpersoon de bestaande evacuatie- en noodprocedure. We bekijken of deze nog overeenstemt met de werkelijke situatie binnen de organisatie en sturen ze, indien nodig, bij.

Vervolgens bepalen we wat we met de oefening willen testen en kiezen we het geschikte scenario en moeilijkheidsniveau. Een goede oefening vertrekt immers vanuit duidelijke doelstellingen, niet vanuit de ambitie om zoveel mogelijk verrassingen in één scenario te stoppen.

  1. De dag van de oefening: briefen, observeren en debriefen

Op de dag zelf voorzien we, afhankelijk van het gekozen scenario, een briefing met de betrokken partijen. Waar nuttig, herhalen we kort de belangrijkste rollen en verwachtingen.

Voor de start nemen we ook de nodige voorzorgen om te vermijden dat een oefensituatie wordt geïnterpreteerd als een echte noodsituatie. Wanneer dit relevant is voor de gebruikte alarmerings- of doormeldingsprocedure, worden de betrokken meldkamer, alarmcentrale en/of hulpdiensten volgens de afgesproken procedure geïnformeerd dat een oefening zal plaatsvinden.

Michaël Marbais Kingsm3n evacuatie oefening

Vervolgens vindt de evacuatieoefening plaats. Kingsm3n voorziet daarbij minstens één observator. Bij grotere gebouwen, verschillende verdiepingen, complexe sites of uitgebreidere scenario’s kunnen meerdere observatoren worden ingezet.

We kijken daarbij veel verder dan alleen naar de evacuatietijd: reactie op het alarm, naleving van de procedure, communicatie, leiderschap, controle van zones, begeleiding van derden, gedrag op het verzamelpunt en de manier waarop onverwachte situaties worden aangepakt.

Na afloop volgt meteen een debriefing met de betrokken medewerkers. Wat ging goed? Waar ontstond twijfel? Wat werkte anders dan verwacht? Welke informatie ontbrak?

Die onmiddellijke feedback is bijzonder waardevol: de oefening zit nog vers in het geheugen en deelnemers kunnen toelichten waarom ze bepaalde beslissingen hebben genomen.

  1. Van observatie naar concrete verbetermaatregelen

Een evacuatieoefening zonder opvolging heeft maar een beperkt nut.

Daarom verwerken we de oefening in een volwaardig rapport met onze observaties, sterke punten, vastgestelde knelpunten en concrete voorstellen voor verbetermaatregelen.

Waar relevant koppelen we onze vaststellingen en aanbevelingen aan de toepasselijke Belgische wet- en regelgeving, waaronder de Codex over het welzijn op het werk en de geldende voorschriften inzake brandpreventie en evacuatie.

Zo eindigt een evacuatieoefening niet met de vaststelling “iedereen stond binnen vier minuten buiten”, maar met een concreet antwoord op drie veel belangrijkere vragen:

Wat werkte? Wat werkte niet? En wat gaan we vóór de volgende oefening verbeteren?

Foto van Michaël Marbais

Michaël Marbais

Ondernemer en preventieadviseur niveau 1.
Als bestuurder van Kingsm3n, Ken Do It en S.Godart helpt hij bedrijven om veiligheid, beveiliging, leiderschap en mensgericht beleid concreet te maken – in elke routine én elke crisis.

Gerelateerde berichten